De ‘grieze kèl’ – kluizenaar van Wellerlooi

De ‘grieze kèl’ – kluizenaar van Wellerlooi

door | sep 11, 2017 | Uit de tijd van toen, Wellerlooi | 1 reactie

De ‘grieze kel’ was een eenzame, zonderlinge man die in de jaren 30 in Wellerlooi – ‘de Loi’ kwam wonen. Jan Heyligers van Archief de Loi en expert van De Hamert heeft vele uren geïnvesteerd en zijn kennis gedeeld met schrijver Gerrit van der Vorst. Hieronder zijn de eerste twee van een serie afleveringen te lezen, waarin niet alle vragen beantwoord zullen worden – mystiek moet in deze blijven – maar wel enkele belangrijke. (Bron: Wellerlooi.info)

Deel 1 van 'De kluizenaar van Wellerlooi' >>>>

Begin jaren dertig kwam een eindje onder het Noord-Limburgse dorp Wellerlooi een eenzame zonderling te wonen. De man trok de belangstelling van de lokale bevolking en de media. Wie was hij en waarom leefde hij zo? In mening dagblad of tijdschrift werd aandacht aan de kluizenaar van Wellerlooi en de fotogenieke grijsaard werd ook vaak gefotografeerd. Zijn persoonlijke omstandigheden en drijfveren bleven echter onduidelijk. En waar bleef hij na zijn onverwachte vertrek uit de Looierheide, met achterlating van zijn opstallen en tuin? Anno 2017 bestaat er in Wellerlooi, Well en elders nog steeds belangstelling voor de ‘grieze kèl’ (dialect voor grijze kerel), door de kinderen ook wel ‘grieze oeëme’ (grijze ome) genoemd. In deze blog-feuilleton worden de feiten nog eens op een rij gezet, gebruikmakend van eerdere publicaties, informatie op de website van het archief van Well en nieuwe informatie.

Met medewerking van vooral Jan Heyligers (archief De Loi, Wellerlooi), Peter Janssen (arcenseansichten.blogspot.nl), Michel Stevens (archief Well) en inwoners van Wellerlooi.


Foto uit: Het glazen album van Limburg – foto’s uit de jaren ’30 van Sef Derkx (2011)

In 1931 zou de zwerver zich voor het eerst vertoond hebben op de Looierheide onder Wellerlooi, op zoek naar kruiden. De ene streekbewoner bezag dat met wantrouwen – met kennis van kruiden kon je immers ook gif brouwen! – en de andere met bewondering voor zo’n kruidendokter. De man besloot om zich te vestigen op een perceel heidegrond van viereneenhalve hectare aan de rand van de Looierheide, dat hij voor bijna elf gulden kocht.

 

Foto 1

Informatie over het door Theophil Wagner gekochte perceel in de kadastrale administratie. Uit de aantekening ‘dj. 1932’ zou op te maken zijn dat Wagner het perceel in 1931 gekocht heeft van Peter Matthijs Minten uit Arcen. (Met dank aan Michel Stevens, archief Well.)

Daarmee was het wantrouwen bij de streekbewoners niet meteen verdwenen. Aanvankelijk waren schuwe, achterdochtige blikken het deel van de grieze kèl geweest, als hij inkopen deed in Wellerlooi of elders. Of – nog erger? – als hij schijnbaar doelloos rondliep op de heide of in de dorpsstraten, soms met een bijbel in zijn hand, terwijl hij niets en niemand leek te zien.

Begin 1931 is Wellerlooi met 551 inwoners een klein dorpje: de bevolking bestaat uit 300 mannen en 251 vrouwen. (Uit de Nieuwe Venlosche Courant van 14 maart 1931, gevonden via http://www.delpher.nl.)

Eind juli 1933 hoort een journalist van het socialistische dagblad Het Volk voor het eerst, in Venlo, over de man praten. Bij onderzoek vertellen kinderen in Well hem dat er inderdaad een zwerver of kluizenaar in de bossen leeft. Die slaapt ‘s nachts in een doodskist! Niemand weet hoe lang de man daar al verblijft. De journalist moet de Rijksweg Nijmegen-Venlo volgen. Voorbij Wellerlooi, even na kilometerpaal 90, loopt links van de grindweg een smal en onooglijk paadje tussen struiken en heidevelden. Dat paadje voert naar de kluizenaar.

Overzichtskaart uit 1935 van het gebied waar Theophil Wagner zich gevestigd heeft. Zijn perceel is omcirkeld. (Met dank aan Jan Heyligers, archief De Loi).

Wie over de Rijksweg loopt, kan de man in de verte op zijn land zien werken. Het paadje blijkt niet moeilijk te vinden. Na twee minuten lopen, wordt boven de takken een smal, roestig schoorsteenpijpje zichtbaar. Gemaakt van conservenblikjes? Dat pijpje steekt uit het dak van een houten huisje met een woonoppervlakte van twee bij drie meter, dat half boven de grond uitsteekt en half in een kuil ligt. Aan de west- en noordzijde is het dak bedekt met een met mos begroeide zandlaag, als bescherming tegen felle wind. De ruige grond gaat daar over in groentevelden, waar sla en bonen netjes in het gelid staan, bloembedden met viooltjes en fruitbomen. Voor de deur van het huisje, met daarin alleen het hoognodige zoals een stoel, een tafel met bankje en een fornuis, zit de kluizenaar met een bord soep op zijn knieën en een stuk wittebrood op de ruwe houten tafel. Op de verontschuldiging van de journalist, dat hij zo maar langskomt, antwoordt de man in het Duits: Niet ongelegen, niemand stoort mij in mijn eenzaamheid. Ik heb altijd tijd. Ja, dat moet ik zeggen.

De Looierheide is een groot deel van natuurgebied de Hamert, dat anno 2017 deel uitmaakt van Nationaal Park de Maasduinen. Het aanzien van het gebied is in de loop der jaren veranderd, maar het is nog steeds een prachtig landschap (www.looierheide.nl).

De stem is melodieus en zacht. Wie is deze ‘natuurlievende filosoof’? De man zet zijn bord weg, trekt zijn klompen aan en draagt een stoel aan voor de bezoeker. Doorspekt met het stopzinnetje Ja, dat moet ik zeggen stelt hij zich voor: Ik heet Theophil Wagner en kom uit Silezië, uit Breslau. In mijn jeugd was ik mijnwerker en heb ik zwaar gewerkt. Nu ben ik vijf en zeventig jaar en werk nog haast even hard. Ja, dat moet ik zeggen. Als de journalist de spreker opneemt, ziet hij een robuuste, indrukwekkende verschijning. Wagner heeft een gebruind gezicht met een zachte, merkwaardig deemoedige uitdrukking, verzorgd wit haar, een geweldige baard, en gespierde armen. Hij vervolgt: Ik heb een lang zwerversleven achter den rug, heb veel mensen gezien, goeie en minder goeie, je leert de eenzaamheid liefhebben – Ja, dat moet ik zeggen – sinds 1922 heb ik rondgezworven en dat is veel, als men te voet gaat.

Het gaat na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bijzonder slecht met Duitsland. In de periode 1922-1923, waarin Wagner is gaan zwerven ,is sprake van hyperinflatie als gevolg van afgedwongen herstelbetalingen (bron: tomchao.com).

De ‘doodskist’ blijkt een smalle, lage huifkar op vier wielen, van binnen bekleed met jute en van buiten met zeildoek. Wagner, terwijl hij het klapdeurtje van zijn rijdend bed opendoet en de wollen deken recht trekt: Neemt U me niet kwalijk, als het er daarbinnen een beetje slordig uitziet, ik heb er vanmiddag even in liggen slapen. De kluizenaar onderneemt nog steeds zwerftochten en trekt dan de kar achter zich aan, met daarin ook boeken en gereedschap. Bij terugkomst neemt hij spade en schoffel weer ter hand, om de grond verder te ontginnen en om gewas en bomen te planten: Pas als alles om mij heen vrucht draagt, ben ik tevreden. In een met stro overdekte kuil bevindt zich een put die hij zelf gegraven heeft. Trots: Hier is water voor mij en mijn planten – veel meer hebben we niet noodig om elkaar te voeden – Ja, dat moet ik zeggen.

Geïllustreerd artikel in Het volk van 31 juli 1933, waarop deze aflevering deels is gebaseerd (gevonden via http://www.delpher.nl).

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

Deel 2 van 'De kluizenaar van Wellerlooi' >>>>

Na het artikel in Het Volk volgt meer persaandacht voor de kluizenaar. Niet lang daarna plaatst het tijdschrift Mooi Limburg een foto van de ‘eenzame zwerver’ en in 1934 komen Mooi Limburg, de Limburger Koerier en het Algemeen Handelsblad – dat artikel wordt overgenomen door De Sumatra Post (!) – met foto’s en verhalen. Vooral de Limburger koerier zal in de komende (crisis)jaren aandacht blijven houden voor de kluizenaar van Wellerlooi.

Foto uit serie van 3 in Mooi Limburg van 13 oktober 1934. Theophil Wagner bij de ingang van zijn huisje. Rechts staat de slaapkar (archief Well).

Foto uit serie van 3 in Mooi Limburg van 13 oktober 1934. Wagner in zijn huisje (archief Well).

Foto uit serie van 3 in Mooi Limburg van 13 oktober 1934. Wagner bij de ingang van zijn ondergrondse kapelletje (archief Well).

Begin november 1934 brengt een verslaggever van het Algemeen Handelsblad een bezoek aan Theophil Wagner. Rookwolkjes uit het schoorsteenpijpje markeren in die tijd van het jaar de verblijfplaats van de kluizenaar. Wagner is daar volledig in zijn element. Hij teelt er aardappelen, groenten en fruit. Zijn fornuis stookt hij met heidestruiken en boomstronken. De zelf geslagen put levert hem drink- en waswater. Meer heeft hij niet nodig. Hij leeft van en voor de natuur en voelt zich bevoorrecht in zijn eenzaamheid. Zijn dankbaarheid voor al die ‘Goddelijke gaven’ belijdt de diepgelovige Wagner in een ondergronds, eenpersoons kapelletje. Daar staat op een oude stoel een schilderij met het beeld van de Moeder Gods, met vlak daarvoor kaarsen en bloemen uit Wagner’s tuin. De wanden zijn met mos bedekt. Hij bidt en mediteert in dat kapelletje. Dat zou hij gemaakt hebben, omdat zijn – toch beslist apostel-achtige – verschijning bij de kerkgangers in de Sint Catharinakerk van ‘De Loi’ weerstand zou hebben opgeroepen. Men zou hem daar uitgelachen hebben, onder meer om zijn lange, leren schort.

Theophil Wagner, met schort, bij zijn slaapkar (archief Well).

 

De Sint Catharinakerk van Wellerlooi, die Wagner eerst bezocht, maar waar zijn aparte verschijning minder welkom was. De kerk zal in 1944 verwoest worden door de geallieerden. (Met dank aan Jan Heyligers, archief De Loi.)

Interieur van de kerk (idem).

“De oude man met den witten baard” voor zijn ondergrondsch kapelletje (foto uit het Algemeen Handelsblad van 3 november 1934, archief Well).

De economische crisis zwelt aan. De Limburger Koerier heeft op 5 december 1931, onder de kop NOORD-LIMBURG IN DE WERELDCRISIS, ook de situatie in Wellerlooi en omstreken behandeld.

 

Tussenkop in artikel in de Limburger Koerier van 5 december 1931 (gevonden via http://www.delpher.nl).

Voor mensen met ‘fratsen’ bestaat zeker in deze tijden natuurlijk geen enkel begrip. Maar de mensen in die dunbevolkte streek hebben intussen wel gemerkt dat het geen beroerde kerel is, die zo zwoegt op de schemmele groond (magere grond) van de Looierheide. Zeker, hij blijft voor hen een zonderling, maar het is een vriendelijke, hardwerkende grijsaard die niet mensenschuw is. In de streek went men aan zijn aanwezigheid en levenswijze. Onze kluizenaar gaat op reis, zeggen ze als hij weer eens verdwijnt. En nu komen de dorpskinderen hem een handje geven als hij zich in de dorpsstraten vertoont. Zijn huis en erf zijn zelfs een bezienswaardigheid geworden. De zondagse wandeling van streekbewoners voert vaak naar zijn domein. Kennissen worden meegevoerd naar ‘hun’ kluizenaar.

Meester Vic Tmmermans, de ‘groeëte meister’ van Wellerlooi, die in 1936 met 26 jaar het jongste schoolhoofd van Nederland wordt, bezoekt Theophil Wagner met zijn schoonfamilie. Vic Timmermans zal maar liefst 38 jaar in Wellerlooi blijven en een belangrijke rol in de dorpsgemeenschap spelen. Op de foto staat hij zelf links achter Wagner. (Archief Well.)

Theophil Wagner heeft het isolement gezocht, raakt daarom bekend en ziet zijn isolement daardoor sterk aangetast. En tot veler verbazing speelt de kluizenaar in op die paradox. Hij gaat namelijk ansichtkaarten verkopen, met foto’s van zichzelf bij zijn slaapkar of bij zijn huisje. Op de achterkant van zo’n kaart staat Theophil Wagner: Internationaler Naturmensch. Er zou ook een kaart zijn met de tekst Theophil Wagner:Internationaler Aussiedler. Toch heeft hij problemen met de toeloop naar zijn domein. Die toeloop wordt zo groot dat hij op een dag een bordje ophangt, met het opschrift GEEN TOEGANG, EENZAME MENSCH.

Ansichtkaart van Theophil Wagner bij zijn huisje (met dank aan Peter Janssen).

Wagner met zijn slaapkar (met dank aan Jan Heyligers).

Helpen doet die mededeling niet echt. Ook al niet omdat Theophil Wagner ongevraagd bezoek immer vriendelijk tegemoet treedt. Hij schudt bezoekers de hand en gaat ze voor in een bezichtiging van zijn merkwaardige kampement. Ze mogen zijn woonvertrekje zien, waar appelschijfjes aan touwtjes boven het fornuis te drogen hangen en waar naast een petroleumlamp een rekje met kerkboeken staat. Bezoekers mogen hun handtekening op een van de houten wanden zetten. Zijn slaapkar blijft ook een bezienswaardigheid. Bij redelijke temperaturen slaapt hij buiten in zijn kar, maar als het kouder wordt, trekt hij de kar in zijn woonvertrek (dat dan meteen vol staat). Dat wil hij ook wel eens demonstreren. En dan zijn kapelletje natuurlijk. Achter zijwanden van gordijnstof houdt hij daar trouwens voorraden aardappelen, knollen, wortelen, andere groenten en zelf gezochte theekruiden. Bezoekers verbazen zich steevast over de orde en netheid van de oude man en zijn domein.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur een e-mail naar Gerrit van der Vorst: gp.vandervorst@xs4al.nl.

Hoe kwam Siebengewald 200 jaar geleden bij Nederland?

...

Nationale Archeologiedagen in de gemeente Bergen

...

Wisselexpositie over operatie Market Garden in De Verdieping

...

De ‘grieze kèl’ – kluizenaar van Wellerlooi

...

Nieuw boek: ‘De minse op De Milsbèk’ deel I

...
de_smid_fc-logo-samengesteld-01

Auteur: Clark Kent

Deel dit bericht
468 ad

1 Comment

  1. Op de cd verhalenroute Maasduinen is een verhaal te beluisteren van De grieze Kel van Wellerlooi .

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Pin It on Pinterest